Ik heb in de loop der jaren tientallen vragen gekregen van hobbyisten die gefrustreerd waren over hun decals: wazige afdrukken, uitgelopen kleuren, inkt die niet hecht. In negen van de tien gevallen lag het probleem niet bij het papier of de printer zelf, maar bij de instellingen. Een verkeerde papiersoort in het printmenu of automatische kleurcorrectie die aanstond — dat zijn de kleine dingen die grote gevolgen hebben.
In deze handleiding ga ik door alle relevante instellingen heen, zowel voor inkjet- als laserprinters. Daarna weet jij precies wat je moet aanpassen.
Wil je eerst meer weten over de verschillende soorten decalpapier? Lees dan de decalpapier gids voor een compleet overzicht.
Inkjet printer instellen voor decalpapier
De meeste hobbyisten thuis hebben een inkjetprinter. Dat is prima — inkjet decalpapier geeft mooie, kleurrijke resultaten. Maar je moet de printer wel even goed instellen. Dit zijn de instellingen die je aanpast:
Papiersoort (mediatype)
Dit is de belangrijkste instelling. Kies altijd "Glossy fotopapier", "Foto glanzend" of een vergelijkbare optie. Dit vertelt de printer dat hij te maken heeft met een absorberende, glanzende coating en past zijn inkthoeveelheid en droogsnelheid daarop aan. Op de instelling 'gewoon papier' zet de printer te weinig inkt en droogt het te snel — de decal wordt dan te licht of de kleuren kloppen niet.
Afdrukkwaliteit
Kies altijd de hoogste kwaliteitsinstelling: "Hoge kwaliteit", "Best" of "Foto". Op lagere instellingen gebruikt de printer minder inkpunten per centimeter, wat zichtbaar is als korreligheid of wazigheid — zeker bij gedetailleerde ontwerpen of kleine tekst.
Kleurinstelling
Zet automatische kleurcorrectie uit. Veel printers proberen kleuren automatisch te 'verbeteren' op basis van hun eigen algoritmes, maar dat geeft vaak onvoorspelbare resultaten op decalpapier. Kies handmatige kleurinstellingen en laat het kleurprofiel op sRGB staan.
Droogtijd
Dit is geen printerinstelling, maar een kritieke stap: laat de afdruk minstens 24 uur drogen bij kamertemperatuur voordat je het decal in water legt. Inkjet-inkt is wateroplosbaar en onvoldoende gedroogde inkt loopt direct uit bij contact met water. Leg de afgedrukte vellen vlak neer op een schone ondergrond, niet op elkaar gestapeld.
Laserprinter instellen voor decalpapier
Laserprinters werken fundamenteel anders dan inkjetprinters. Ze gebruiken geen vloeibare inkt maar poederachtige toner, die via hitte op het papier wordt gefixeerd. Voor laser decalpapier gelden dan ook andere instellingen.
Mediatype
Kies "OHP / transparantiefolie" of "Zwaar papier". Dit zorgt ervoor dat de fuser (het verhittingselement in de laserprinter) op de juiste temperatuur werkt voor de speciale coating van laser decalpapier. Op de instelling 'gewoon papier' kan de toner onvoldoende hechten of kan de coating van het papier smelten.
Kleur vs. monochroom
Kleur-laserprinters geven mooiere resultaten dan mono-laserprinters voor kleurige ontwerpen, maar mono-laser is prima voor zwart-wit decals. Controleer bij kleurlaser of het kleurprofiel op sRGB staat en dat automatische correctie uitstaat.
Fuser-temperatuur
De meeste thuisgebruikers hebben hier geen directe toegang toe, maar bij geavanceerde printers of via de printerstuurprogramma's kun je soms de fuser-temperatuur aanpassen. Voor laser decalpapier is een iets lagere fuser-temperatuur dan de standaard instelling aan te raden, omdat de coating gevoeliger is dan gewoon papier. Raadpleeg de handleiding van je specifieke laser decalpapier voor de aanbevolen temperatuur.
Papiertoevoer en -formaat
Een onderschat onderdeel van de printerinstellingen is hoe het papier door de printer loopt. Dit zijn de aandachtspunten:
- Gebruik de handmatige invoerlade als je printer die heeft. Decalpapier is zwaarder en stijver dan gewoon papier. De handmatige invoer geeft minder buiging en wrijving, wat de kans op papierstoringen verkleint en de kwaliteit van de afdruk verbetert.
- Stel het papierformaat in op A4 en zorg dat de breedte-geleiders in de lade goed aansluiten op het papier. Als het papier scheef invoert, scheef de afdruk ook.
- Gebruik nooit automatische papierdetectie voor decalpapier. De printer herkent het niet correct en kiest dan mogelijk de verkeerde instellingen. Stel altijd handmatig in.
- Print slechts één vel tegelijk als het je eerste keer is met een nieuw merk decalpapier. Zo voorkom je dat een heel pak papier wordt verpest als er iets mis gaat.
Kleurinstellingen in detail
De kleurinstellingen verdienen wat extra aandacht, want dit is waar de meeste subtiele fouten zitten.
- sRGB als kleurprofiel — dit is de standaard voor beeldschermen en het werkt goed voor decalpapier. Adobe RGB geeft soms rijkere kleuren op professionele apparatuur, maar voor thuisgebruik is sRGB de veiligste keuze.
- Automatische kleurcorrectie uitschakelen — ga in je printerdialoog naar 'geavanceerde instellingen' of 'kleur' en schakel automatische correctie, levendigheidversterking en vergelijkbare opties uit. De printer weet niet hoe decalpapier eruitziet na het aanbrengen, dus zijn 'verbeteringen' zijn eigenlijk verslechteringen.
- Testpagina printen — druk altijd eerst een testpagina op gewoon papier voordat je op het decalpapier print. Zo controleer je of kleuren, formaat en positie kloppen, zonder kostbaar decalpapier te verspillen.
- ICC-profiel voor je papier — sommige merken decalpapier leveren een ICC-kleurprofiel mee dat je kunt installeren. Dat geeft de meest nauwkeurige kleurweergave. Raadpleeg de website van je papiermerk.
Veelgemaakte fouten bij het afdrukken
Dit zijn de meest voorkomende fouten die ik tegenkom — en die ik zelf ook heb gemaakt:
- Op de verkeerde kant printen. Print altijd op de gladde, licht glanzende kant van het decalpapier. De matte, ruwere kant is de achterkant. Als je twijfelt, voel dan met je vinger: de voorkant voelt gladder aan.
- Verkeerde papierinstelling gebruiken. Op de instelling 'gewoon papier' zet de printer te weinig inkt en droogt het te snel — kleuren worden te licht. Gebruik altijd 'glossy fotopapier'.
- Te snel printen en niet laten drogen. Probeer niet meerdere vellen tegelijk te printen en direct te gebruiken. Laat elke afdruk 24 uur drogen voor het weken in water.
- Hoge snelheid kiezen voor meer doorzetten. Hogere printsnelheid gaat altijd ten koste van de kwaliteit. Kies altijd de langzaamste, hoogste kwaliteitsmodus.
- Automatische kleurcorrectie laten aanstaan. De printer 'verbetert' de kleuren op een manier die niet klopt voor decalpapier. Altijd uitschakelen.
- Niet controleren welke kant de afbeelding op moet. Bij sommige projecten moet je de afbeelding gespiegeld printen — bijvoorbeeld bij kaarsen waarbij de tekst van binnenuit leesbaar moet zijn. Controleer dit altijd voor je print.
Meer over het verschil tussen inkjet en laser voor decals lees je op onze pagina over inkjet vs laser decal. En voor wat je daarna met je afdruk kunt doen, bekijk de handleiding voor glas en keramiek decoreren.
Veelgestelde vragen
Je print altijd op de gladde, iets glanzende kant van het decalpapier. De matte, ruwere kant is de achterkant (de backing). Als je twijfelt, voel dan met je vinger — de voorkant voelt duidelijk gladder aan. Als je op de verkeerde kant print, hecht de inkt niet goed en mislukt je decal volledig.
Kies 'glossy fotopapier' of 'foto glanzend' als papiertype. Dit zorgt ervoor dat de printer meer inkt afzet en de droging langzamer verloopt, wat beter is voor decalpapier. Combineer dit altijd met de hoogste kwaliteitsinstelling voor de scherpste resultaten.
Ja, minstens 24 uur bij kamertemperatuur. Inkjet-inkt is wateroplosbaar en als je het decal te vroeg in water legt, lopen de kleuren direct uit en mislukt de decal. Leg de vellen vlak neer en niet op elkaar gestapeld, zodat de lucht er goed bij kan.
Ja, ook goedkopere inkjetprinters geven vaak prima resultaten. De sleutel is de juiste instelling, niet de prijs van de printer. Zolang je op 'glossy fotopapier' instelt en de hoogste kwaliteit kiest, werkt het bij vrijwel elke inkjetprinter. Probeer het eerst met een testafdruk op gewoon papier.
Wazige prints hebben meestal drie oorzaken: de kwaliteitsinstelling staat te laag, de resolutie van je ontwerp is te laag (gebruik minstens 300 dpi), of je hebt op de verkeerde kant van het papier gedrukt. Controleer ook of de printerkoppen schoon zijn — verstopte koppen geven streperige of wazige afdrukken.
Ja, dat is geen probleem. Je kunt op een kleurenprinter gewoon in grijstinten of zwart-wit printen via de printinstellingen. Sommige printers gebruiken dan ook de kleurcartridges om grijs te mengen — als je pure zwart wilt, zoek dan naar een optie als 'alleen zwarte inkt gebruiken' in de geavanceerde instellingen.
Zet automatische kleurcorrectie uit en kies het sRGB kleurprofiel. Automatische correctie past kleuren aan op basis van algoritmes van de printer, wat soms afwijkt van wat je op het scherm ziet. Door het uit te zetten print de printer exact de kleuren die jij in je ontwerp hebt gebruikt.
Gebruik minstens 300 dpi (dots per inch) voor scherpe resultaten. Voor kleine, gedetailleerde ontwerpen of tekst is 600 dpi beter. Controleer de resolutie van je ontwerp in je grafische programma voordat je print — een lage-resolutie afbeelding ziet er altijd korrelig uit, ook op een goede printer.