Van alle projecten waar lezers me over mailen, is dit degene die me het meest verraste. Pokerchips zijn klein, ze zijn rond, ze liggen niet stil en ze worden de hele avond door handen geschoven. Precies het soort ondergrond waarvan je zou denken dat decals er niet op thuishoren. Toch werkt het uitstekend, en het resultaat is een van de leukste cadeaus die ik ooit heb gemaakt: een set van vijftig chips met het logo van de vriendengroep die er al jaren mee speelt.
Thuispoker heeft zijn eigen cultuur, ver weg van het online spel waar termen als een high roller bonus de gesprekken bepalen. Aan de keukentafel gaat het om iets veel tastbaarders: het gewicht van een chip in je hand, het geluid van een stapel die omvalt, en of het setje er een beetje serieus uitziet. Juist daarom is personaliseren zo populair. Een goedkope set uit de winkel voelt anders zodra er iets van jezelf op staat.
Waarom decalpapier en niet gewoon stickers?
De eerste vraag die iedereen stelt. Stickers lijken makkelijker en dat zijn ze ook, maar ze houden het niet vol. Een sticker heeft een eigen draagfolie die dikker is dan de laag inkt eronder, en die dikte voel je met je vingers. Bij chips die de hele avond gestapeld en verschoven worden, wrijft de sticker aan de rand los. Binnen een paar speelavonden zit er vuil onder en krult hij op.
Een waterslide decal is vele malen dunner. Na het aanbrengen en drogen zit de afbeelding praktisch in het oppervlak in plaats van erop. Voeg daar een beschermlaag aan toe en je voelt het verschil tussen chip en decal nauwelijks meer. Dat is precies het effect dat je wil bij iets dat door handen gaat. Het uitgebreide verschil tussen beide technieken staat in ons artikel over water decals versus stickers.
Wat heb je nodig?
De lijst is kort en je hebt het meeste waarschijnlijk al liggen als je eerder met decals hebt gewerkt:
- Pokerchips met een glad, verdiept inlegveld. Klei- of composietchips werken beter dan volledig gladde plastic chips.
- Speelkaarten met een linnenstructuur of een matte afwerking. Sterk gelakte kaarten kunnen ook, maar vragen voorbewerking.
- Wit inkjet decalpapier, omdat chips vrijwel altijd gekleurd zijn.
- Inkjetprinter met de juiste instellingen.
- Cirkelsnijder of een pons van 22 mm, veel nauwkeuriger dan een schaar bij dit formaat.
- Ondiepe schaal met lauw water voor het weken.
- Pincet, want decals van twee centimeter pak je niet prettig met je vingers.
- Zachte doek voor het deppen en gladstrijken.
- Matte varnish of Mod Podge als beschermlaag.
- Isopropylalcohol voor het ontvetten van beide ondergronden.
Die pons van 22 millimeter is de investering die het verschil maakt. Ik heb de eerste set met een nagelschaartje uitgeknipt en na chip nummer twaalf gaf ik het op. Ronde vormen van dit formaat knip je met de hand nooit netjes genoeg, en een scheve rand valt op zodra de chips naast elkaar op tafel liggen.
De maat van het inlegveld bepaalt alles
Dit is het punt waar de meeste projecten misgaan. Een pokerchip is niet vlak. Een standaard chip meet 39 tot 40 millimeter in doorsnee, maar het bruikbare gedeelte is het verdiepte middenveld, en dat is meestal ongeveer 25 millimeter. Rondom dat veld loopt een licht verhoogde rand, vaak met inkepingen of een reliëfpatroon.
Leg je een decal van 25 millimeter op dat veld, dan valt de rand precies op de overgang en gaat hij rimpelen. Print daarom op 22 millimeter. Je houdt dan aan alle kanten anderhalve millimeter marge, de decal ligt volledig in het verdiepte vlak en de rand blijft onzichtbaar. Meet je eigen chips wel even na met een schuifmaat, want tussen merken zit verschil.
Stap voor stap: chips personaliseren
Werk in series. Vijftig chips achter elkaar doen is prettiger dan tien keer opnieuw beginnen:
-
Ontwerp op 22 mm en plaats ze in een raster
Zet je ontwerp in een raster op een A4 vel, met een paar millimeter tussenruimte. Er passen er ruim tachtig op. Print altijd een paar extra: er sneuvelt er altijd eentje. -
Print op de hoogste kwaliteit
Stel de printer in op glossy fotopapier en de beste kwaliteit. Print op de gladde kant van het decalpapier. Twijfel je over de instellingen, lees dan eerst de printer instellen. -
Laat 24 uur drogen
Bij inkjet is dit niet onderhandelbaar. Nog vochtige inkt loopt uit zodra de decal het water raakt. -
Pons de decals uit
Centreer de pons op je ontwerp en druk in één beweging door. Bewaar de uitgeponste decals in een doosje, ze waaien van tafel bij de kleinste tocht. -
Ontvet de chips
Neem elk inlegveld af met een doekje en wat isopropylalcohol. Chips zijn vaak vettig van eerder gebruik en daar hecht niets op. -
Week 20 tot 30 seconden
Kleine decals komen sneller los dan grote. Pak de decal met het pincet zodra hij begint te schuiven op de backing. -
Schuif de decal op de chip
Leg de backing op de chip en schuif de decal er zijwaarts af, zoals je dat gewend bent. Positioneer hem terwijl het waterlaagje er nog onder zit. -
Dep droog vanuit het midden
Werk met een zachte doek van het midden naar de randen om water en lucht eruit te drukken. Wees voorzichtig: op dit formaat scheurt een decal makkelijk. -
Laat twee uur drogen en lak af
Breng daarna de beschermlaag aan.
Speelkaarten vragen een andere aanpak
Kaarten zijn een lastiger materiaal dan chips, en dat komt door de coating. Vrijwel alle speelkaarten hebben een lak- of plasticlaag die ervoor zorgt dat ze soepel over elkaar glijden. Precies die laag maakt hechting moeilijk, want er is niets voor de decal om zich aan vast te zetten.
Bij kaarten met een linnenstructuur, het type dat je vaak bij betere merken vindt, gaat het meestal vanzelf goed: de fijne textuur geeft genoeg grip. Bij gladde, sterk gelakte kaarten moet je voorbewerken. Neem de achterkant af met isopropylalcohol, of schuur heel licht op met korrel 800. Licht betekent hier echt licht, je wil de kleurlaag niet doorbreken.
Houd er verder rekening mee dat een gedecoreerde kaart nooit meer helemaal soepel schuift. Voor een display-setje of een cadeau maakt dat niets uit, maar kaarten waarmee echt gespeeld en geschud wordt, personaliseer je beter alleen op de achterkant met een dunne decal en een goede afwerking. Dezelfde basistechniek gebruik je overigens op andere gladde ondergronden, zoals beschreven in onze handleiding over glas en keramiek decoreren.
Afwerken en beschermen
Bij chips is de beschermlaag geen luxe maar de kern van het project. Chips schuren de hele avond langs elkaar en tegen het tafelblad. Zonder afwerking zie je binnen een paar sessies dat de randen van de decal beginnen te slijten, en eenmaal begonnen loopt dat snel door.
Twee tot drie dunne lagen matte varnish geven de beste bescherming. Matte lak is hier verstandiger dan glanzend, omdat glans elk stofje en elke vingerafdruk laat zien. Breng elke laag met een zacht penseel aan en laat hem volledig drogen voor de volgende erop gaat. Dikke lagen zijn geen verbetering: die blijven plakkerig en gaan later geel worden.
Nog een laatste tip uit ervaring: maak van je ontwerpbestand een reservekopie en noteer op welk formaat je hebt geprint. Vroeg of laat wil iemand er tien chips bij, en dan is het prettig als je niet opnieuw hoeft uit te zoeken wat er de vorige keer precies paste.
Veelgestelde vragen
Wit inkjet decalpapier werkt het beste voor pokerchips. Chips zijn meestal gekleurd en vaak vrij donker, waardoor transparant papier zijn kleur verliest. De witte basislaag houdt je ontwerp leesbaar. Alleen op crème of ivoorkleurige chips kun je transparant papier overwegen.
Een standaard pokerchip is 39 tot 40 mm in doorsnee, met een vlak inlegveld van ongeveer 25 mm. Houd twee tot drie millimeter marge aan en print je ontwerp op circa 22 mm. Zo valt de rand van de decal binnen het inlegveld en niet over de geribbelde buitenrand.
Ja, maar de gladde lakcoating hecht slecht. Schuur het oppervlak heel licht op met schuurpapier korrel 800 of neem het af met isopropylalcohol voor je de decal aanbrengt. Bij kaarten met een linnenstructuur is voorbewerken meestal niet nodig.
Alleen met een goede beschermlaag. Chips schuiven, stapelen en botsen voortdurend, dus twee tot drie dunne lagen matte varnish zijn het minimum. Zonder afwerking slijt de rand van de decal binnen een paar avonden zichtbaar af.
Meestal omdat de decal te groot is en over de verhoogde rand van het inlegveld valt. Een chip is niet helemaal vlak: het middenveld ligt iets verdiept. Knip de decal kleiner zodat hij volledig binnen dat verdiepte vlak past.
Bij een ontwerp van 22 mm passen er ruim tachtig decals op een A4 vel, als je ze dicht tegen elkaar plaatst. Reken op zeventig bruikbare stuks na wat marge en een paar misdrukken. Een gemiddelde set van vijftig chips haal je dus uit één vel.